Today’s Links 19/05/2013

  • Sylvester@Harvard Weekboek 8
    MAANDAG 13 MEI 2013 Vanochtend heb ik uitgebreid geskyped met mijn PA Belinda Stevens ter voorbereiding van de bijeenkomst van de UvT Sociëteit Special over het strategisch plan van de Universiteit van Tilburg op 29 mei aanstaande. De voorbereidingen liggen … Lees verder
  • Japan zal een hoge prijs betalen
    Hierbij mijn commentaar in De Volkskrant en het Nederlands Dagblad van vandaag op de ongekende ruime monetaire stimulans en de verdere toename van het begrotingstekort in Japan. De regering is niet alleen begonnen met het bijdrukken van geld, zij heeft … Lees verder
  • Trademark Tilburg University
    (Asset Magazine mei) Increasingly, the windows of universities are opening. Society and external influences are entering. Universities are becoming more and more tied up with practices in the rest of society. They have to prove their supplemental value. This requires … Lees verder
  • Bescherm geen banen, maar mensen
    (Column voor Tilburg Magazine). De arbeidsmarkt is volop in beweging en dat vraagt om een duidelijke visie. Onze regering zegt aanhanger te zijn van het uiterst succesvolle Deense model, maar neemt slechts delen uit dat model over. Die leiden tot … Lees verder
  • Lage Europese rente en Amerikaans optimisme
    (© DFT) – De effectenbeurzen lijken niet meer te stoppen, het ene hoogtepunt na de crisis van 2008 sneuvelt en wordt vervangen door een nieuw. Economen hebben weinig omhaal nodig om de oorzaken aan te duiden, de extreem lage rente … Lees verder
  • Today’s Links 12/05/2013
    Sylvester@Harvard Weekboek 7 De start van mijn derde en laatste periode aan Harvard was in de eerste week alweer zeer de moeite waard. Lees hieronder over mijn gesprek met Raj Chetty, de moeizame wijze waarop in Nederland samenwerkingsverbanden tussen Amerikaanse … Lees verder
Sylvester | Reacties uitgeschakeld

Sylvester@Harvard Weekboek 8

MAANDAG 13 MEI 2013
Vanochtend heb ik uitgebreid geskyped met mijn PA Belinda Stevens ter voorbereiding van de bijeenkomst van de UvT Sociëteit Special over het strategisch plan van de Universiteit van Tilburg op 29 mei aanstaande. De voorbereidingen liggen goed op schema en wij verwachten dat het een mooie en vruchtbare bijeenkomst voor 120 leden van de universitaire gemeenschap (wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke staf) wordt.
Zo dadelijk mijn (tweede) lunch met Lucas Papademos, voormalig vice-president van de Europese Centrale Bank (ECB) en premier van Griekenland en op dit moment gasthoogleraar aan de Harvard Kennedy School (HKS). Wij hebben afgesproken in Henrietta’s restaurant in het Charles hotel vlak naast de HKS. Lucas en ik zullen onder andere praten over mijn recente CEPR-paper en Vox-column (met Ronald Mahieu en Louis Raes) over het stemgedrag van de leden van het Bank of England’s Monetary Policy Committee (MPC), waarover ik vorige week een presentatie heb gegeven. Ik ben benieuwd hoe Lucas met zijn zeer uitgebreide ervaring als Governor van de Griekse centrale bank en later als vice-president van de ECB tegen de empirische resultaten aankijkt en in hoeverre onze analyse ook toepasbaar is op het Federal Open Market Committee (FOMC) en de Governing Council van de ECB. Lucas vond ons CEPR-paper een goed academische paper (‘state of the art’) dat qua intuïtie overeenkomt met zijn eigen a priori analyse. Academici binnen de MPC hebben de neiging om zichzelf sterker te profileren dan ‘career central bankers’ en zijn daarom geprononceerder en extremer in hun beleidspreferenties. Hij suggereerde ook eens te kijken naar de politieke kleur van de Britse regering die de externe MPC-leden toentertijd heeft benoemd. Ik vind dat een interessante suggestie, maar ik weet niet of een conservatieve of socialistische regering eerder geneigd zal zijn om ‘haviken’ resp. ‘duiven’ te benoemen.
Lucas zag wel mogelijkheden om onze analyse op de FOMC toe te passen, maar merkte gelijk daarbij op dat wij dit voor de Governing Council van de ECB wel konden vergeten door het ontbreken van empirische data.

DINSDAG 14 MEI 2013
Afgelopen vrijdagmiddag (10 mei 2013) heeft Bob Merton mij na onze lunch bij Kika Tapas een ‘guided tour’ langs de MIT Campus gegeven. Het gebeurt niet vaak dat ik een rondleiding krijg door een Nobelprijswinnaar en zeker niet in zo’n unieke omgeving als de MIT Campus. Bob legde mij uit dat waar vroeger aan Main Street fabrieken stonden, die ruim 150 jaar geleden aan de basis van MIT als ‘engineering school’ stonden en later (na de Tweede Wereldoorlog) uitgebreid werden met het MIT Economics Department en de Sloan School of Management, nu binnen een paar decennia top research instituten op het gebied van biotechnologie (DNA) en kankeronderzoek opgericht zijn, zoals het Whitehead Institute, het Broad Institute en David H. Koch Institute. Vandaag heb ik speciaal uitgetrokken om deze fameuze instituten te bezoeken en meer te weten te komen hoe deze instituten ontstaan zijn en wat voor onderzoek precies door de medewerkers aldaar verricht wordt.
Als je over de MIT Campus loopt, dan voel je de dynamiek en vibratie dat er hier iets heel bijzonders gebeurt.
Dit is de ‘triple helix’ in de praktijk, een samenwerking van onderzoek, onderwijs, ondernemers en overheden.
Het Whitehead Institute is het oudste van de drie instituten (1982) en volledig privaat gefinancierd met een toenmalig startkapitaal van $ 135 miljoen. Het Whitehead Institute doet onderzoek op het terrein van DNA en biotechnologie. Het Broad Institute bestaat nog geen tien jaar en is een gezamenlijk initiatief van MIT, Harvard University en de aan Harvard verbonden ziekenhuizen, zoals Massachusetts General Hospital (MGH).
Het Broad Institute richt zich op ‘genome technology’ en heeft meer dan 100 junior en senior onderzoekers.
Het Koch Institute for Integrative Cancer Research is pas zes jaar oud met een startkapitaal van $100 miljoen geschonken door David H. Koch (een MIT alumnus) en is het topinstituut op het gebied van kankeronderzoek met 40 laboratoria en 650 onderzoekers, waaronder vele (toekomstige) Nobelprijswinnaars. De MIT Campus doet qua dynamiek en uitstraling niet onder voor ‘Silicon Valley’ maar richt zich op toekomstige groeisectoren als biotechnologie, ‘genome technology’ en kankeronderzoek, maar dan vanuit een ‘engineering’ perspectief. Dat kenmerkt vooral het verschil tussen Harvard en MIT. Harvard doet toponderzoek meer vanuit analytisch oogpunt, terwijl MIT-onderzoekers als echte ‘engineers’ altijd op zoek zijn naar oplossingen voor problemen. De MIT Campus zorgt niet alleen direct voor hoogwaardige werkgelegenheid, maar ook op indirecte wijze door vele nieuwe bedrijven die door MIT-alumni worden opgericht in de omgeving van de Campus. Ook in een tijd van internetcommunicatie blijven de nabijheid en de fysieke contacten heel belangrijk voor deze bedrijven.

WOENSDAG 15 MEI 2013
Vanochtend weer aan mijn boek (met Edin Mujagic) gewerkt, dat meer tijd kost dan ik aanvankelijk gedacht had. Het doet mij denken aan de bekende uitspraak van Winston Churchill over het schrijven van een boek, samengevat: ‘First, it’s a toy, you play with it. Then, it becomes a mistress, you’re in love with it. After that it becomes a master, it dominates you. Finally, it’s a monster, and then you have to kill the monster as soon as possible’. Iedereen die een of meerdere boeken heeft geschreven, herkent deze fasen van het schrijven van een boek. Na verloop van tijd vergeet ik de latere stadia van dit proces en begin ik dan toch weer aan een nieuw boek.
Vanmiddag een lunch met mijn collega Oliver Hart, die ik ken vanaf mijn eerste sabbatical bij het Economics Department in 2003. Oliver was toen de Chairman van het Department en ook mijn gastheer. Hij heeft belangrijk onderzoek gedaan op het gebied van incomplete contracten en informele arrangementen. Ooit vroeg ik hem wat het beste voorbeeld van een impliciet contract is en toen antwoordde Oliver mij kort: ‘Our contract, Sylvester’. Het is duidelijk wat van ons verwacht wordt, maar is niet in een contract te vatten. In de laatste jaren heeft Oliver samen met zijn voormalige student Luigi Zingales (Chicago) ook gepubliceerd op het terrein van financiële markten en in het bijzonder op het gebied van de Credit Default Swaps (CDS). In hun paper proberen zij het systeemrisico in het financiële systeem te benaderen met de prijzen van de CDS’s. Hoewel Oliver sinds 1993 ‘tenured full professor’ bij Harvard is, is hij nog buitengewoon actief in het onderwijs en onderzoek. Recentelijk doet hij samen met Luigi Zingales onderzoek naar ‘liquidity provision’ en ‘new capital regulations’. Het zijn vooral theoretische modellen, die anomalieën tijdens de kredietcrisis willen verklaren.
Eind van de middag heb ik bij de Harvard Coop Bookstore afgesproken met Rob Riemen (CEO en oprichter van het Nexus Instituut in Tilburg) die vanavond een diner heeft met de beroemde Harvard-filosoof Michael Sandel om een komende Nexus-conferentie voor te bespreken. Michael Sandel is een van de belangrijkste politieke filosofen van deze tijd en vooral bekend van zijn undergraduate cursus ‘Justice’ die hij al twee decennia geeft en door Harvard op de website is geplaatst, omdat er zoveel externe belangstellenden voor deze cursus zijn. Rob en ik lopen naar mijn hotel om een kop koffie met koek in de serre te drinken en weer eens bij te praten.

DONDERDAG 16 MEI 2013
Vanmiddag een lunch met mijn collega David Laibson, die ik al ken vanaf mijn eerste sabbatical bij Harvard in 2003. Toen was David relatief onbekend, maar inmiddels is hij een zeer gereputeerde hoogleraar. Hij behoort tot het selecte groepje hoogleraren die hun carrière tot ‘tenured full professor’ bij Harvard van binnenuit gemaakt hebben. Daarnaast is David ook Harvard College Professor vanwege zijn verdiensten op het gebied van undergraduate teaching. Hij geeft ook leiding aan de Harvard University’s Foundation of Human Behavior Initiative en is een van de belangrijkste ‘behavioral economists’ van zijn generatie. David heeft net een artikel met enige honderden (!) co-auteurs in Science geaccepteerd gekregen dat voortvloeit uit een zeer omvattend project waarbij de DNA-profielen van 120.000 individuen volledig in kaart gebracht zijn en geprobeerd is de ‘behavorial aspects’ met deze DNA-profielen te verklaren. De eerste empirische resultaten zijn nog bescheiden, maar door de enorme databases die door honderden onderzoekers bij elkaar gebracht zijn, is de potentie van dit omvangrijke onderzoeksproject gigantisch door zijn interdisciplinaire benadering. Het gaat om een combinatie van ‘genetics’ (DNA-structuur) en ‘behavior’ (economie en psychologie) die op fundamentele en grootschalige wijze worden verbonden en tot verrassende doorbraken kan gaan leiden. Het megaproject staat nog in de kinderschoenen, maar de enorme databases zijn gemakkelijk uit te breiden, omdat de kosten om het volledig DNA-profiel van een individu steeds verder dalen. Nu kost het maar $ 100!

VRIJDAG 17 MEI 2013
Vanochtend mijn achterstallige emails beantwoord en vervolgens aan mijn achtste weekboek geschreven. Het bijhouden van een weekboek is toch meer werk dan ik aanvankelijk gedacht had, maar het is ruimschoots de moeite waard door de vele positieve reacties die ik van de lezers van mijn weblog (www.sylvestereijffinger.com) en de volgers van mijn Twitter-account @SCWEijffinger in de afgelopen weken heb mogen ontvangen. Ik heb begrepen dat het aantal lezers van mijn weekboek op ScienceGuide (www.scienceguide.nl) nog groter is. Graag wil ik alle lezers en volgers bedanken voor hun zeer aardige woorden en bijzondere hartelijke reacties.

Harvard, Sylvester | Reacties uitgeschakeld

Japan zal een hoge prijs betalen

Hierbij mijn commentaar in De Volkskrant en het Nederlands Dagblad van vandaag op de ongekende ruime monetaire stimulans en de verdere toename van het begrotingstekort in Japan.

De regering is niet alleen begonnen met het bijdrukken van geld, zij heeft ook het begrotingstekort vergroot, hoewel de staatsschuld met 250 procent van het bruto binnenlands product (bbp) al een van de hoogste ter wereld is. Dit beleid wordt ‘Abenomics’ genoemd, naar de Japanse premier Shinzo Abe,

De Tilburgse hoogleraar Sylvester Eijffinger, die nu Visiting Scholar is op Harvard, noemt Abenomics kortetermijnbeleid. ‘Het werkt nu. Er is sprake van extreme kwantitatieve verruiming. Maar het is op middellange en lange termijn volkomen fout. Maar dan is premier Abe wel weer weg. Ik heb zelf begin jaren negentig bij de Bank of Japan gewerkt. Dat is absoluut geen onafhankelijke centrale bank, maar gewoon een filiaal van het ministerie van Financiën.’

Als een centrale bank structureel de inflatie opjaagt, komt er een moment dat het niet meer in de hand te houden is. ‘Hiervoor zal een hoge prijs worden betaald’, stelt Eijffinger. ‘Dat vind ik niet alleen, maar ook al mijn collega’s bij Harvard.’

(Samenvatting van het artikel).

Media, internationale economie, macroeconomie, monetair | Reacties uitgeschakeld

Trademark Tilburg University

(Asset Magazine mei)

Increasingly, the windows of universities are opening. Society and external influences are entering. Universities are becoming more and more tied up with practices in the rest of society. They have to prove their supplemental value. This requires a strong and clear profiling concerning the themes of education, research, and valorization, based on a set of core values that determine them. Tilburg University presents itself as a university with the motto Understanding Society. How can we lend color to that motto bearing in mind the challenges of the coming years?
The motto bears the dedication of our founding father, Martinus Cobbenhagen, to the social sciences in Tilburg as being beneficial to a good society. To that end, it is important to have knowledge of the developments in society and of theories to understand and interpret them. From that perspective, anno 2013, scientific research should comply with both rigor and relevance; it should be state of the art and relevant. The rigor-relevance curve has to be extended, to the level that theoretical and/or empirical analysis satisfies the highest scientific criteria, but should at the same time be policy relevant. Furthermore, education, research, and valorization should always and only be content driven and mediocrity to be avoided.
Our trademark is the excellent quality of education and research and, as an additional distinguishing feature, our service to society. This is our cultural capital which is still firmly-rooted in our university and which we should actualize, strengthen, and reinforce in the coming years. For example, Tilburg scientists should meet each other more often inviting excellent guest researchers and experts in seminars involving in academic discussions about real world problems. Additionally, during these seminars scientists should reflect on and share the values they are governed by and want to serve. How do I give meaning to the Understanding Society in my work and how do I give a contribution to a valuable society?
Obviously, we should be realistic about the excellent quality we are capable of delivering. Unfortunately, Dutch universities are not able to compete with the top ten or twenty of the United States. This is mainly caused by the decreasing financing of the Dutch government. In the next few years the money from the Dutch ministries that goes directly to scientific research decreases from 4,9 billion euros in 2012, to 4,8 this year and 4,3 in 2017. For your comparison: this equals the sum of money our easterly neighbors invested in higher education as an extra last April only.
It would be beneficial to create a possibility to incorporate the effects of education and research on the productivity in the models of the Centraal Planbureau. After all, the Harvard Economist Philippe Aghion empirically proved the importance of education and research for the growth of the total productivity of a country. In that way, the investments in education and research could generate growth in the political party platforms, and, as a result, the real investments by the government could increase.
Finally, as part of our trademark, what kind of university culture do we want to be Understanding Society in? Collegiality and shared pride would have to be part of it. We should be proud of the performances and successes of our colleagues and the organization as a whole. We could pattern ourselves on Harvard, where the portraits of famous Harvard professors like Joseph Schumpeter, Gottfried Haberler, John Kenneth Galbraith, Simon Kuznets, Wassily Leontief, and the Dutch Nobel prize winner Hendrik Houthakker, hang in the staircase of the economic department. In Tilburg we could be inspired by Tjalling C. Koopmans, the second Dutch winner of the Nobel prize for economics. The Tilburg School of Economics and Management yearly awards the Tjalling C. Koopmans Medal to an international or Tilburg top researcher, who contributes to the School, to economic education, research and valorization in an excellent and outstanding way. This example is worth following. Which Tilburg scientist today can inspire you making a difference to society by Understanding Society?

Sylvester Eijffinger
In collaboration with Annemarie Hinten (Academic Forum)

Asset Magazine, Tilburg, UvT | Reacties uitgeschakeld

Bescherm geen banen, maar mensen

(Column voor Tilburg Magazine).

De arbeidsmarkt is volop in beweging en dat vraagt om een duidelijke visie. Onze regering zegt aanhanger te zijn van het uiterst succesvolle Deense model, maar neemt slechts delen uit dat model over. Die leiden tot een bezuiniging, maar op zich brengt dat geen enkele verbetering. Mensen worden ontslagen en zitten zonder werk, ze hebben nu alleen nog minder te besteden. Hier zit een denkfout: de regering moet geen banen beschermen, maar mensen.

Het model dat in Denemarken al sinds midden jaren negentig wordt toegepast, gaat uit van een volledige inzet van werknemers, werkgevers en overheid. Werknemers die worden ontslagen krijgen een jaar WW, en wel op een niveau waarbij het een goede overbrugging vormt van werk naar werk. Werknemers zijn echter ook verplicht om zich in dat jaar te laten omscholen, als er binnen andere sectoren behoefte is aan hun arbeidskracht. Demotie kan daar deel van uitmaken: alles beter dan werkloos. Werkgevers hebben ook hun verantwoordelijkheid. Zij zijn verplicht om die werknemers na een omscholing ook echt in dienst te nemen. De overheid en het UWV moeten deze afstemming van vraag en aanbod faciliteren.

Neem een werknemer uit de grafische sector. Daar vallen enorm veel ontslagen en door de digitalisering treedt daar ook geen structureel herstel meer op. Moeten we die mensen dan afschrijven? Natuurlijk niet. Bied ze direct bij ontslag opleidingen aan om zich om te scholen voor andere sectoren. De zorg, de dienstensector, de technologische industrie rond Brainport, er zijn sectoren genoeg die mensen nodig hebben. Hoe langer iemand zonder werk zit, hoe minder geschikt die persoon is om nog aan het arbeidsproces deel te nemen. We moeten er dus snel bij zijn.

Denemarken heeft nog steeds een relatief lage werkloosheid, dankzij die flexibele arbeidsmarkt. Om die in Nederland te realiseren is een ander sociaal akkoord nodig tussen werkgevers, werknemers en overheid/UWV. Voer het Deens model compleet in, met al zijn nuances. Iedereen moet hier de schouders onder zetten. Vervolgens moet het akkoord op regionaal niveau worden ingevuld. Werkgevers in bijvoorbeeld Midden-Brabant moeten vaststellen aan welke mensen gebrek is. Samen met de onderwijsinstellingen worden opleidingen verzorgd om mensen om te scholen, zo mogelijk binnen een jaar.

We stevenen met een noodvaart af op een werkloosheid van 10 procent. Het is nu tijd om de handen ineen te slaan en die trend te keren.

Nederland, macroeconomie, politiek | Reacties uitgeschakeld

Lage Europese rente en Amerikaans optimisme

(© DFT) – De effectenbeurzen lijken niet meer te stoppen, het ene hoogtepunt na de crisis van 2008 sneuvelt en wordt vervangen door een nieuw. Economen hebben weinig omhaal nodig om de oorzaken aan te duiden, de extreem lage rente die obligaties onaantrekkelijk maakt en de enorme hoeveelheid miljarden die de centrale banken in de markt hebben gepompt. Toch lijkt het optimisme in de VS meer gerechtvaardigd dan in Europa.

De Europese beurzen zijn dan wel meegelift op het succes van de beurzen in de VS en in Japan, maar gezien de staat waarin de euro-economie zich bevindt, is er beduidend minder reden voor optimisme, vindt de Tilburgse hoogleraar Sylvester Eijffinger, die momenteel op Harvard University gastcolleges geeft. „De structurele problemen in Italië, Spanje en ook Frankrijk zijn verre van opgelost. Daarnaast is de eurocrisis weliswaar even gestopt door de ECB, maar nog niet fundamenteel opgelost. Alleen de groei en werkgelegenheid in Duitsland blijven gelukkig op peil. Ik denk dat de beurzen in Europa nog wel eens met een terugval te maken kunnen krijgen. Europa lijkt mij overgewaardeerd en de VS juist niet.”

Eijffinger beaamt dat er veel optimisme heerst onder Amerikaanse economen. „Veel is ook geschraagd op het feit dat de centrale bank voorlopig miljarden blijft spuien. Ook vluchten – van huis uit – defensieve beleggers in aandelen, simpelweg omdat het rendement op obligaties te laag is geworden. Over een paar jaar kan dat tot een nieuwe bubbel leiden, maar voorlopig lijkt het recept te werken.”

In 2007 begon de crisis met onhoudbare ’subprime’ – hypotheken door instortende huizenprijzen. Een jaar later, met de val van Lehman Brothers, arriveerde de crisis in volle hevigheid in Europa. Waarom zou het omgekeerde niet gelden, nu de VS weer begint te groeien, zou het dan ook niet zo zijn dat een jaar later de economie in Europa weer oppikt? „Het is een feit dat de Amerikaanse beurs een grotere wisselwerking heeft naar andere beurzen dan omgekeerd. Beurzen reageren altijd binair en dus wordt er snel te veel doorgedraafd. Naar mijn idee is dat in Europa nu aan de gang. Vooral doordat de rente zo laag is, zien beleggers geen alternatief voor aandelen meer”, aldus Eijffinger.

(Samenvatting)

EU, Media, VS, internationale economie | 1 reactie

Today’s Links 12/05/2013

  • Sylvester@Harvard Weekboek 7
    De start van mijn derde en laatste periode aan Harvard was in de eerste week alweer zeer de moeite waard. Lees hieronder over mijn gesprek met Raj Chetty, de moeizame wijze waarop in Nederland samenwerkingsverbanden tussen Amerikaanse en Nederlandse universiteiten … Lees verder
  • Technische vooruitgang in Nederland draagt te weinig bij aan economische groei
    Hierbij mijn bijdrage aan magazine Business Nationaal over de staat van Nederland als kennisland. Technische vooruitgang draagt te weinig bij aan economische groei. Dat probleem wordt versterkt door vergrijzing en krimp van de beroepsbevolking. Ook toenemende globale concurrentie noopt kennisintensieve … Lees verder
  • Policy preferences of central bankers and the design of a monetary-policy committee
    www.voxeu.org Sylvester Eijffinger, Ronald Mahieu, Louis Raes, 7 May 2013 Debate about who should be on central-bank committees has resurfaced in recent years. Is it better to appoint experienced central bankers, financiers, NGO workers or civil servants? This column argues … Lees verder
  • UvT beste Nederlandse universiteit in Economics Ranking
    De Universiteit van Tilburg heeft op een rijtje gezet welke universiteiten de afgelopen vijf jaar het meest gepubliceerd hebben in economische tijdschriften. De top 10 wordt volledig gevuld met Amerikaanse instituten. Tilburg zelf is op plek negentien de eerste Nederlandse … Lees verder
  • Today’s Links 05/05/2013
    Kabinet verzuimt noodzakelijke hervormingen door te voeren Nederland heeft begroting niet op orde (ANP, BNR website en audio) – Econoom Sylvester Eijffinger vindt het zorgelijk dat de Europese Commissie Nederland in dezelfde categorie als Frankrijk plaatst. Volgens Eijffinger zijn de … Lees verder
Sylvester | Reageer

Sylvester@Harvard Weekboek 7

De start van mijn derde en laatste periode aan Harvard was in de eerste week alweer zeer de moeite waard. Lees hieronder over mijn gesprek met Raj Chetty, de moeizame wijze waarop in Nederland samenwerkingsverbanden tussen Amerikaanse en Nederlandse universiteiten tot stand komen, de ‘too-big-to-fail’-garantie voor systeembanken en het stemgedrag van leden van het Monetary Policy Committee van de Bank of England. En veel meer!

MAANDAG 6 MEI 2013
Gisteren weer op Boston Logan Airport voor de derde en laatste periode van drie weken bij het Harvard Economics Department. De Boston Bombings hebben inmiddels hun effect op de US Customs and Border Protection gehad. Er waren maar vier cabines met officers open voor ‘international visitors’ van vier gearriveerde vliegtuigen. Ondanks de honderden wachtende bezoekers namen de officers ruim de tijd voor uitvoerige controles met af en toe extra ‘security checks’ voor de buitenlandse bezoekers (niet-Amerikanen).

Deze reactie van het Department of Homeland Security was te verwachten en vergelijkbaar met de gang van zaken na de aanslagen van 9/11 en in het begin van de oorlog in Irak in 2003 (toen ik voor de eerste keer op sabbatical bij Harvard was). De wijze waarop buitenlandse bezoekers (ook uit de Europese Unie) worden behandeld is ronduit intimiderend te noemen. Zelfs voor bezoekers met een officieel visum (zoals ik) worden er geen uitzonderingen gemaakt. Bij aanslagen als de Boston Bombings schieten de Amerikaanse douane-autoriteiten altijd door in hun reactie.

Na het werken aan mijn boek in de ochtend om 12 uur een lunch met Raj Chetty in Falini’s restaurant, waar wij beiden een club sandwich nemen. Dat is kenmerkend voor de jonge generatie Harvard professors. Zij lunchen kort en hebben in die korte tijd een hoop onderwerpen te bespreken. Onze tijd is tenslotte heel kostbaar. Raj heeft net de John Bates Clark Medal 2013 van The American Economic Association gewonnen voor de econoom onder de 40 jaar (Raj is 33 jaar!) die de belangrijkste bijdrage aan de economische wetenschap heeft geleverd. Hij is een leerling van Marty Feldstein (public finance and taxation) en Larry Katz (labor economics) en heeft als een van de weinige Harvard PhD studenten een carrière tot ‘tenured full professor’ bij Harvard zonder de omweg van een andere topschool gemaakt. Raj is een van de slimste van zijn generatie economen en volgens mij voorbestemd voor een Nobelprijs (zoals de helft van de winnaars van John Bates Clark Medal). Daarnaast is hij een buitengewoon aardig en bescheiden mens, anders dan veel subtoppers in onze professie.

Raj verricht met een team van senior en junior faculty en een hoop RA’s (research assistants) een omvangrijk onderzoek naar ‘social mobility’ op basis van data van de Amerikaanse belastingdienst (IRS) over 60 jaar met ‘remote access’: je hebt toegang tot de belastingdata voor wetenschappelijk onderzoek, maar je krijgt geen echte beschikking over de individuele databestanden om de privacy van belastingplichtigen te beschermen. Voor mij is dit een vorm van empirisch onderzoek die voldoet aan de criteria van ‘rigor’ en ‘relevance’ (zie mijn eerdere weekboek) en niet alleen academisch vernieuwend is, maar ook beleidsmatig uitermate relevant is.

DINSDAG 7 MEI 2013
Zo dadelijk een afspraak met Professor Jorge Dominguez, Vice Provost for International Affairs van Harvard University in het Holyoke Center (waar de meeste administratieve afdelingen van Harvard gevestigd zijn). De bedoeling van het gesprek is naast een eerste kennismaking ook te verkennen wat de mogelijkheden tot een samenwerking tussen Harvard University en mijn eigen universiteit zijn. De President (Drew Faust) houdt zich in beginsel bezig met de externe contacten en de fundraising en de Provost (Alan Garber) en de Vice Provosts met de interne organisatie van de universiteit. Het initiatief voor dit gesprek ontstond door een bezoek van de Provost aan het Economics Department. De Vice Provost begon het gesprek met op te merken dat Tilburg University door hen als een van de topscholen in Europa beschouwd wordt. Onlangs werd de top-100 van Economics Schools Research Ranking gepubliceerd op basis van de top journals voor de periode 2008-2012. Daarin staat Harvard University met een straatlengte voorsprong op de eerste plaats, gevolgd door Chicago, Stanford, MIT, Berkeley, Columbia, Northwestern, NYU, Yale en Upenn in de top-10. Op nr. 11 komt LSE als eerste Europese school met Oxford op nr. 13 en Tilburg op nr. 19. Tilburg is dus de beste van het Europese continent. De Nederlandse universiteiten doen het in deze Economics Research Ranking op zich best goed.

De Vice Provost is zeker geïnteresseerd in een samenwerking met Tilburg University op het gebied van economics, law en business management maar bij Harvard University bestaat er geen ‘top down approach’ en is de samenwerking afhankelijk van de persoonlijke netwerken van de hoogleraren met buitenlandse universiteiten. Ik kan dus wel mijn beste undergraduate en graduate studenten sturen, maar dat geldt niet voor andere hoogleraren. Alle pogingen door bureaucraten van ons ministerie van Onderwijs om structurele samenwerkingsverbanden tussen Amerikaanse en Nederlandse universiteiten op te zetten zijn dus zinloos en alleen een vorm van werkverschaffing voor de bureaucraten zelf. Zijn advies was om er vooral voor te zorgen dat de handen van de Nederlandse universiteiten minder gebonden worden door een streng selectiesysteem voor undergraduate studenten en om de collegegelden (‘tuition fees’) meer in overeenstemming te brengen met de kostprijs en de kwaliteit van de opleidingen. De Nederlandse universiteiten moeten inderdaad met twee handen op de rug (‘two hands tied’) met een verbod op selectie en verhoging van collegegelden op de internationale markt voor hoger onderwijs concurreren (met een uitzondering voor de University Colleges).

Mijn conclusie van het gesprek is dan ook: als de minster van Onderwijs en het parlement het serieus menen en vinden dat onze universiteiten (nog) beter moeten worden met teruglopende financiering, dan moeten zij zorgen dat onze universiteiten geen gebonden handen meer hebben, maar dat ligt politiek nogal gevoelig.

WOENSDAG 8 MEI 2013
Zo dadelijk lunchen met mijn collega Mark Roe in de Faculty Lounge van de Harvard Law School (HLS). Mark is ‘tenured full professor’ aan de HLS sinds 2001 en een expert op het terrein van corporate governance, die veel gepubliceerd heeft op het gebied van ‘finance and law’ en die ik goed ken van de Finlawmetrics conferenties bij Bocconi University in Milaan (waarvan ik mede-organisator ben). Wij discussiëren vooral over Mark’s recente onderzoek om de kosten van de ‘too-big-to-fail’-garantie voor banken door de overheid empirisch in kaart te brengen. Mark’s voorlopige resultaten zijn buitengewoon interessant, maar ook best wel schokkend. Indien de ‘too-big-to-fail’-garantie voor systeembanken zou vervallen, dan zou dat zeker een half procent (50 basispunten) schelen bij de financiering van hun vreemd vermogen (‘debt’) en misschien 1/3 van de winst. Als deze schattingen kloppen, dan is het bijna ondenkbaar dat overheden de ‘too-big-to-fail’-garanties laten vervallen (op korte termijn), omdat hierdoor het financiële systeem te veel ontregeld zou worden. Eigenlijk is het best wel merkwaardig dat het eigen vermogen (‘equity’) relatief door de overheden zo zwaar belast wordt, terwijl er voor het vreemd vermogen door deze garantie een impliciete subsidie wordt gegeven, zeker met het oog op het gewenste verhoging van de kapitaalratio’s (‘core tier-1 capital’) in het kader van Basel 3.

Eigenlijk zou een verschuiving van de belasting van het eigen vermogen naar het vreemd vermogen moeten plaatsvinden om de belastingprikkels consistent te laten zijn met de hogere Baselse kapitaaleisen voor banken.

DONDERDAG 9 MEI 2013
Hoewel van begin mei de courses en seminars hier opgehouden zijn vanwege de voorbereiding op de exams, heb ik vanochtend nog een informele presentatie gegeven over mijn net verschenen CEPR Discussion Paper met Ronald Mahieu en Louis Raes over ‘Inferring Hawks and Doves from voting records’. Dit veel gelezen paper gaat over het stemgedrag van de leden van het Monetary Policy Committee van de Bank of England. De aanleiding was onze Vox-column over ‘Policy preferences of central bankers and the design of a monetary-policy committee’ dat afgelopen dinsdag gepubliceerd is en dat op de eerste dag ruim 3000 keer gedownload is. Hierbij een korte uitleg van het paper zonder te methodologisch en technisch te worden Bij vele centrale banken worden de beleidsbeslissingen door ‘monetary policy committees’ (MPC’s) genomen, zoals de Federal Open Market Committee (FOMC) bij de Federal Reserve System en de Governing Council (GC) bij onze Europese Centrale Bank. Er is weliswaar een uitgebreide theoretische literatuur over de voor- en nadelen van MPC’s, maar weinig empirische literatuur over de diversiteit en de werking van MPC’s.

Onze belangrijkste conclusies zijn dat wij niet kunnen zeggen dat externe MPC-leden (academici, industrie, etc.) meer duifachtig (‘dovish’) of meer havikachtig (‘hawkish’) zijn dan de interne MPC-leden, maar wel dat externe leden meer extreme beleidspreferenties hebben dan interne leden en dus een ruimer spectrum van beleidspreferenties beslaan. De samenstelling van een MPC heeft gevolgen voor de diversiteit en de werking. Wij hebben op dit paper inmiddels vele positieve reacties gehad van mijn Harvard collega’s, maar ook van voormalige MPC-leden zoals Willem Buiter. Niettemin valt er nog veel empirisch onderzoek hiernaar te doen.

Vanmiddag een lunch met mijn collega en vriend Ben Friedman in de Hi Rise op Concord Avenue, Cambridge. Ben is weliswaar tegen de zeventig maar nog zeer actief in het schrijven van wetenschappelijke artikelen en boeken. It never stops! Er zijn inmiddels zes collega’s bij het Harvard Economics Department die de leeftijd van 70 jaar gepasseerd zijn en nog steeds wetenschappelijk (zeer) actief zijn, waaronder Marty Feldstein en Amartya Sen. In de VS kunnen ‘tenured full professors’ anders dan bij ons niet gedwongen worden met pensioen te gaan en nemen zij zelf de beslissing of en wanneer zij met pensioen gaan. Dale Jorgenson is ruim tachtig jaar en geeft nog steeds courses en seminars. De universiteit kan deze hoogleraren niet dwingen met pensioen te gaan vanwege ‘age discrimination’ die net als andere vormen van discriminatie door de wet verboden is. Wellicht is dit ook een model voor de Nederlandse universiteiten? Waarom zouden wij wetenschappelijk actieve en competente hoogleraren moeten dwingen op 65 (eventueel 66 of 67) jaar dwingen met pensioen te gaan, terwijl zij nog een belangrijke bijdrage aan het onderwijs en/of onderzoek op de universiteit leveren?

VRIJDAG 10 MEI 2013
Zo dadelijk ga ik lunchen met mijn collega en vriend Robert C. Merton, die ik al ruim 15 jaar ken van mijn bezoeken aan Harvard en MIT. Bob heeft reeds op 53-jarige leeftijd de Nobelprijs Economie (1997) mogen ontvangen voor de uitbreiding van het Black-Scholes-Merton model voor financiële derivaten (opties) en ook belangrijk onderzoek verricht op het terrein van pensioenen. Hij heeft zijn PhD bij MIT gedaan bij een van de ‘grandfathers’ van de professie, Paul Samuelson. Tot aan zijn pensionering als hoogleraar bij de Harvard Business School in 2010 was hij zeer actief in het onderwijs en onderzoek. Na zijn pensionering is Bob weer teruggekeerd naar zijn alma mater, de MIT Sloan School of Management.

Ten slotte wil ik graag bedanken voor de reacties van de lezers van mijn weblog (www.sylvestereijffinger.com) en ScienceGuide en mijn volgers op Twitter @SCWEijffinger. Het doet mij goed om zoveel aardige en positieve feedback te ontvangen op mijn weekboeken. Dat maakt het de moeite waard!

Harvard, Sylvester | Reageer