Duitse Hof kan overal een stokje voor steken

Een flink deel van het bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) en talrijke Europese politici willen dat het ESM-noodfonds een bankvergunning krijgt. Daarmee zou het onbeperkt geld kunnen lenen bij de ECB en daarmee staatsobligaties van de zwakke eurolanden opkopen. De felle discussie hierover is in feite een academische, omdat het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe hier mee in moet stemmen. (Lees ook hier Hof Karlsruhe bindt handen Merkel in aanpak eurocrisis, Duits parlement heeft het laatste woord, FD Essay van 1 oktober 2011, hier BNR Nieuwsradio, 7 augustus).

Elke oplossing voor de eurocrisis, en dus ook de vraag het noodfonds wel of niet een bankvergunning te geven, moet het groene licht krijgen van het Constitutionele Hof. En dat Hof is niet soepel. In zijn uitspraak van september vorig jaar bepaalde het Constitutionele Hof onder meer dat er een bovengrens moet gelden voor het Europese noodfonds. Aangezien het met een bankvergunning onbeperkt geld zou kunnen lenen bij de ECB, zou er geen sprake zijn van zo’n bovengrens.

Daarnaast bepaalden de rechters dat Duitsland ‘geen permanente mechanismen mag opzetten die ertoe zouden leiden dat Duitsland verplichtingen op zich neemt waarvan de omvang afhankelijk is van besluiten in andere eurolanden en waarover het Duitse parlement dus niets te zeggen heeft’. Een bankvergunning voor het noodfonds zou feitelijk permanent zijn. De omvang van het noodfonds is afhankelijk van de besluiten in andere eurolanden. Hoe meer zwakke eurolanden, hoe meer geld het noodfonds bij de ECB zal moeten lenen.

Nu afspreken dat een bankvergunning voor het ESM tijdelijk zou zijn, zou dat bezwaar kunnen neutraliseren, maar het noodfonds zou daarmee ineffectief zijn. Beleggers zouden immers weten hoe lang de houdbaarheid ervan is.

Tot slot schreef het Constitutionele Hof in september voor dat alle toekomstige afspraken over hulp aan de zwakke eurolanden scherp en expliciet moeten zijn. De rechten, plichten en doelstellingen moeten duidelijk zijn geformuleerd. Een noodfonds met een bankvergunning zou interveniëren zodra de rentes oplopen. Er zou geen sprake zijn van duidelijk geformuleerde rechten, plichten en doelstellingen.

Europese beleidsmakers kunnen afspreken wat ze willen, ‘Karlsruhe’ kan overal een stokje voor steken. Andersom geldt dat echter niet: wat het Duitse Constitutionele Hof besluit, kunnen Merkel, Hollande, Monti, Draghi, Juncker en anderen, niet ongedaan maken. Alleen het Duitse volk kan de rechters in Karlsruhe terugfluiten.

Sylvester Eijffinger is hoogleraar Financiële economie aan de Universiteit van Tilburg en lid van het Monetaire Experts Panel van het Europees Parlement. Edin Mujagic is verbonden aan de Universiteit van Tilburg en Oranje Lelie Consultancybureau.
(FD, 6 augustus 2012).

Geef een reactie

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>